Thijs Zonneveld – Modepopjes

Dat ik wielrennen leuk en boeiend vind hoef ik jullie niet meer te vertellen, als je een beetje m’n blog volgt dan heb je al het een en ander voorbij zien komen. Nu werd ik getipt over deze column van Thijs Zonneveld op Nu.nl. Ook na de komst van de tijdschriften Soigneur en Bahamontes is de ‘stijl’ nog opvallender geworden voor de niet wielrenner.

Er reed een peloton wielrenners door een winkelstraat van een Italiaans dorpje. Bij de etalageruit van de schoenenwinkel, halverwege de straat, draaiden alle renners hun hoofd. Ze staarden niet naar de schoenen, en zelfs niet naar het meisje van de schoenenwinkel. Ze staarden naar zichzelf.

Door Thijs Zonneveld

Er is geen volk zo ijdel als wielrenners. Modepopjes zijn het, stuk voor stuk. De sokken moeten tot de juiste hoogte worden opgetrokken, de beentjes zijn gladder dan glad en het montuur van de ­flashy zonnebril moet bij de schoenen passen.

Verder moet het zadel zo hoog mogelijk en het stuur zo laag mogelijk staan, en dient de houding op de fiets in eindeloze rollerbanksessies voor de spiegel te zijn geperfectioneerd.

Het gaat er niet om hoe hard je gaat, maar hoe je eruitziet. Of, in wielerjargon gesproken: hoe gesoigneerd je bent. Wielrenners zijn net pauwen: ze pronken en ze proberen elkaar de ogen uit te steken met nóg hogere velgen, nóg ­ fluorescerendere schoenen en nóg bruinere benen. Ik ken renners die in de winter liever onder de zonnebank liggen dan dat ze trainen, omdat ze bij de eerste de beste voorjaarskoers hun poepbruine benen willen showen.

Verslaafd
Thomas Voeckler knipt de naden uit zijn sokken om ze nog iets hoger op te kunnen trekken, Franky Vandenbroucke maakte generaties renners verslaafd aan kinky hoesjes over hun schoenen, het halve Franse profpeloton heeft een fietsje op de kuit getatoeëerd, Marcel Kittel heeft een Elvisvetkuif en de rest van de Duitse renners rijdt met een Jan Ullrich-oorbel en geblondeerde haren in het rond.

Maar vooral in Italië kunnen ze er wat van. Daar mag je niet eens meefietsen met een groepje wielertoeristen als je sokken niet bij je schoenen kleuren.

Mario Cipollini, de man die er niet over piekerde om een niet-bijpassende broek bij een leiderstrui aan te trekken, is niet voor niets een Italiaan. Stefano Garzelli – die in de afgelopen Giro rondreed in een lichtgevend geel pakje met lichtgevende gele sokjes en lichtgevende gele schoentjes en met een lichtgevend geel zadel op zijn fiets – epileert zijn wenkbrauwen voor iedere etappe.

Verder sleept hij een beautycase ter grootte van een koelbox met zich mee met daarin allerhande shampoos, conditioners en gels om zijn haar in model te brengen. En dat terwijl hij kaal is.

Koning
Maar de koning van het soigneren is Filippo Pozzato. Alles, maar dan ook alles, klopt bij hem. De teint van de benen is precies de juiste bruingraad, de sokhoogte is tot op de centimeter nauwkeurig uitgemeten en zijn positie op de fiets is tranentrekkend mooi. Hij trapt niet; hij ááit de pedalen alsof het de cavia’s van zijn zusje zijn.

Voor Pozzato is wielrennen geen sport, maar kunst. Begin maart reed hij in Roma Maxima, eindigend naast het Colosseum, als tweede over de finish. Hij juichte toch, met de armen breeduit wapperend, zoals hij dat zo vaak had geoefend voor de spiegel.

Achteraf zei hij dat hij niet wist dat er nog iemand vooruit was. Ik geloof er niks van. Ik durf te wedden dat die prachtige bijna-overwinningsfoto van hem en het Colosseum boven zijn bed hangen, en dat hij voor het slapen gaan naar zichzelf staart. Wat maakt hem het uit dat hij die wedstrijd niet won. Hoe hij eruitziet is het enige dat telt.

Bron: http://www.nusport.nl/thijs-zonneveld/3496725/modepopjes.html